De vroege geschiedenis van Olympia vanaf 1937 tot 1961
De hockeysport is door de heer Karel Smits naar Terneuzen gehaald. Karel Joseph Smits had dit spel van school in Limburg (Weert) meegebracht.
Saar v.d. Peijl schreef in 1976 in het clubblad “ van het hobbelveld” :
“OP 27 februari 1937 werden door genoemde persoon met enige enthousiasten in het restaurant van de dames Queqiere in de Westkolkstraat (thans verdwenen) “Olympia” opgericht. De naam werd reeds op de eerste vergadering vast gesteld.
Bij gebrek aan een sportveld werden de eerste “trainingen” aan de zgn. Oesterput ( waar thans het zwembad is gevestigd) uitgevoerd.
Meerder leden traden toe en met medewerking van de toenmalige directeur van de Rijks H.B.S. mochten wij gebruik maken van het sprotveld van deze school gelegen aan de van Steenbergenlaan, waar thans het ziekenhuis is gevestigd.
Na de eerste ontmoetingen met de hockeyclubs van Goes en Middelburg was het begin gemaakt. Doordat we niet voldoende leden, geen eigen veld en niet voldoende financiën hadden, konden wij ons nog niet bij de Ned. Hockey Bond aansluiten, zodat wij nog niet met Middelburg en de Brabantse clubs in competitie verband konden meedoen.
Om het initatief doorgang te laten vinden en doordat de leden wensten te hockeyen, werd ee Zeeuwse competitie ingesteld. Dikwijls gebeurde het, dat de herenelftallen door dames (die zeer actief waren) werden aangevuld wegens gebrek aan heren spelers.
Om "Olympia” toch vroeg of laat in de Kon. Ned. Hockeybond te brengen, werd op 23 maart 1939 in een vergadering de Statuten samengesteld. Een koninklijke Goedkeuring , meer financiën en een eigen veld lagen teon nog ver weg. (in 1961 is dit pas in zijn geheel rond gekomen).
In de statuten onder “geldmiddelen” lezen wij dat contributie destijds Fl. 1,50 per kwartaal bedroeg.
Het bestuur van “Olympia” zat echter niet stil en in 1938 werd op Hemelsvaartdag een tournooi in Terneuzen georganiseerd waarbij alle Zeeuwse en Brabantse clubs meededen.
Voor Terneuzen en omstreken was dit een propagandadag voor de hockeysport en “Olympia” sloeg dan ook op het tournooi een goed figuur.
De mobilisatie in 1939 en de oorlog in 1940 verhinderen de verdere plannen om tot de Kon. Ned. Hockeybond toe te treden. Onze voorzitter en vele leden moesten in militaire dienst of werden later in Duitsland te werk gesteld. In 1941 en 1942 konden wij nog enkele vriendschappelijke wedstrijden spelen en het jaarlijks tournooi houden.
Het was ook in 1942, dat er in Hulst heel veel belangstelling voor de hockeysport ontstond. Doch tijdens de bezetting was het niet toegestaan een club op te richten. Toch wilde het bestuur van Olympia graag meewerken en helpen. Na héél veel praten en schrijven kwamen we tot een oplossing. Ieder die het wilde kon lid worden van Olympia, wij huurde een veldje in Hulst zodat ook daar de hockeysport van start kon gaan. Ik kan mij niet meer herinneren hoe kort het duurde voor Olympia een uitnodiging kreeg van Rapide om een wedstrijd te komen te spelen.
Het was in deze tijd dat drie dames lid werden van Middelburg en zo de gelengheid hadden met het Middelburgse dameselftal in de competitie mee te spelen. Dat waren altijd uitwedstrijden, want tijdens de oorlog konden alleen de inwoners van Zeeland in – en uit reizen.
Het Rijks H.B.S. veld werd door de Duitsers in beslag genomen voor hun paardensport en oefeningen voor Duitse militairen. Het ledenaantal liep nog meer terug. Velen gingen in het verzet, doken onder of werden te werk gesteld in Duitsland. Een klein groepje is blijven spelen en trainen. (tien á twaalf leden). Eerst op het korfbalveld, dan aan de “Nieuwe Sluis” of op een weiland in de polder “Canada” aan het Witte Huis. (door de nieuwe havens verdwenen). Pas na de bevrijding van Terneuzen september 1944, kon Olympia weer op bescheiden schaal spreken van hockey op het HBSveld. De eerste naoorlogse wedstrijd was in october ’44 tegen een Engels militair elftal. Er kwamen jonge leden bij, er werd getraind, maar het bleef moeilijk. Er was te weinig leiding en geen geld. Toch zijn we blijven spelen. Het was de periode dat we met elf spelers in de auto van dr. Binckhorst uitwedstrijden gingen spelen. Nu onvoorstelbaar., maar toen waar.
We speelden die tijd altijd mixed-wedstrijden, er waren niet voldoende herenleden. Tot ongeveer 1952-53 hebben we regelmatig vriendschappelijke wedstrijden gespeeld, soms met negen spelers, daar veel jongens voor hun studie Ternezuen verlieten.
Het sportveld van de H.B.S. werd bestemdvoor de bouw van het tegenwoordige ziekenhuis en Olympia was weer zonder hockeyveld. De daarop volgende jaren is er niet gespeeld. We hoopten via de sportraad waar één vande leden leid van was voor Olympia weer een veld te krijgen. Toch heeft het tot 1961 geduurd dat Olympia met enkele van de ouder leden en veel nieuwe krachten weer tot nieuw leven is gekomen. Olympia is nu en heeft nu datgene, waar wij alleen maar van konden dromen!!” S.M. van der Peijl.
Wordt vervolgd. …………………………














